Al jong aan het werk.
 

Al jong aan het werk.

01-12-2010
Al jong aan het werk.

AL JONG AAN HET WERK

Meer dan een half miljoen mbo'ers combineren school met veel
werken. Al vroeg hebben ze gekozen voor een vakrichting. Hoe ziet hun leven eruit?

Door Sebastiaan Timmermans

Het lijkt een vergeten groep, De BOL'ers en BBL'ers in Nederland (voor degenen die nu al niet meer weten waar het over gaat: zie kader), Toch zijn het er heel veel.

In het schooljaar 2009-2010 volgden 351.500 leerlingen een BOL- en 172.000 leerlingen een BBL-opleiding. Dat zijn dus ruim een half miljoen jonge studenten die studeren combineren met werken. Veel meer dan het aantal studenten aan een universiteit. Dit leren en werken doen ze in de meest uiteenlopende sectoren. Van de bouw of verzorging tot welzijn en de beveiliging.

Het overgrote merendeel heeft eerst het VMBO gevolgd, om vervolgens door te stromen naar een ROC in de buurt.

De drie geportretteerde jongeren hebben er al een BOL of BBL-opleiding opzitten en zijn door gegaan. Ze weten wat ze willen en hoe het is om vanaf jonge leeftijd te werken. Wat opvalt, is hun motivatie en hun blik naar de toekomst. Weet de gemiddelde rechtenstudent van 23 nog amper wat 'hij nou wil in het leven', deze jonge werkenden weten dat maar aI te goed.


BOL, BBL, theorie en praktijk
Het mbo (middelbaar beroepsonderwijs)'kent een wirwar aan opleidingen, termen en niveaus. De BOL en BBL zijn twee van de belangrijkste leerwegen, De BOL staat voor beroepsopleidende leerweg. Leerlingen die dit volgen krijgen theorie op school (meestal een ROC) en lopen stage. Het zwaartepunt ligt meer bij de theorie dan bij de BBL, wat de afkorting is voor beroepsbegeleidende leerweg. leerlingen die BOL volgen zitten vaker op school, terwijl BBLers meer tijd op de stageplek doorbrengen, Jongeren die de BBL doen krijgen altijd een stagevergoeding, BOL-studenten niet altijd. De leerniveaus worden geteld van laag naar hoog, waarbij niveau 4 het hoogste is, leerIingen die dit halen, kunnen eventueel doorstromen naar het hoger onderwijs. De BBL-opleidingen duren meestal twee jaar, bij BOLl tussen één en vier jaar.


Carlijn Hovinga

  • 23 jaar
  • laatstejaars BBL elektrotechniek
  • Mondriaan College, Den Haag

‘lk werk vijf dagen en ga twee avonden naar school. Ik hou weinig tijd over voor mezelf’

'Met vrouwen werken, doe ik liever niet dat is helemaal niks voor mij. AI dat geroddel achter elkaars rug, Hier werk ik alleen maar met mannen, daar heb je dat gedoe niet wat je altijd met vrouwen hebt, Ook dit heeft een nadeel. Elke dag moet ik me dubbel bewijzen, omdat ik een vrouw ben. De mannen denken dat een vrouw het werk in de techniek njet aankan, Ze vinden het wel moedig van me dat ik kies voor techniek.'

'Op mijn vijftiende moest ik kiezer welke kant ik op wilde op het VMBO, Ik wilde voor verzorging kiezen, maar heb toch maar meegedaan aan de rondleiding bij techniek, In een klaslokaal waren een paar jongens met een robot bezig, Die sloeg op hoI. De leraar zei dat dit kwam doordat ik een meisje ben. Ik vond het daar zo leuk dat ik me voor de opleiding techniek heb ingeschreven’

'Eerst heb ik een aantal jaar de BOL gedaan, Die manier van lesgeven werkte niet voor mij. Het was te veel op de theorie gericht Ik moest van school overstappen op BBL en dat is me enorm meegevallen, Nu werk ik vijf dagen en ga ik twee avonden naar school Dat is veel beter voor me. Op school leer ik de normen achter de installatietechniek. Bijvoorbeeld dat je geen lamp recht boven een ligbad mag installeren, Ook leren we hoe duur de spullen zijn die tijdens het werk gebruikt worden, Daar steek je veel van op.

'In februari ben ik klaar, dan hoef ik niet meer naar school en ga ik hopelijk wat meer verdienen, Daar kijk ik naar uit. Nu moet ik in het weekend vaak leren en hou ik weinig tijd over voor mezelf.

Via Goflex Young Professionals, wordt ik uitgeleend aan een bedrijf. Het bedrijf waar ik werk, legt allerlei elektrische installaties aan. Nu zijn we in een nieuw bejaardenhuis bezig, Daar zaten de alarmknoppen te hoog, We moeten ze lager maken, zodat iedereen erbij kan.

Toen ik tien was, maakte ik een houten poppenhuis met mijn moeder. Daar maakte ik toen al allerlei elektrische dingen in, Het zat er dus altijd wel in bij me.

'Dit werk ga ik niet tot mijn pensioen doen, Straks krijg ik misschien kinderen. Het is dan lastig als je in de buitendienst zit, zoals ik. Ik zou bijvoorbeeld werkvoorbereider willen worden. Dan zit ik altijd op dezelfde plek, Wij noemen dat de binnendienst.’

'Je moet niet tegen te veel mensen zeggen dat je installatietechniek doet Mensen zeggen altijd: He, mijn lamp is stuk, kun je hem vervangen? Daar heb ik dus echt geen zin in.’